Ontwerp Zonder Titel (16)

Dutch article: Een onderzoek naar de impact van de TidalKite

Een onderzoek naar de impact van de TidalKite


Getijdenenergie voor het Wad – in balans met de natuur

Met steun vanuit het Waddenfonds en de Provincie Friesland heeft SeaQurrent testen met een schaalmodel van de TidalKite kunnen uitvoeren in de Waddenzee en onderzoek kunnen doen naar de impact van de TidalKite op de natuur. Voor aanvang van deze testen is in het kader van de wet natuurbescherming een passende beoordeling opgesteld door ecologen van Buro Bakker. De passende beoordeling resulteerde in een duidelijke conclusie dat er geen significante effecten te verwachten zijn van de TidalKite testactiviteiten.

De belangrijkste aspecten van (potentiële) impact zijn verstoring van bodem, zeezoogdieren, vissen en vogels. Deze potentiele effecten zijn nader beschouwd in onderzoeken en monitoring gedurende de testperiode. Specifieke aandacht is er hierbij geschonken aan het Borndiep ten zuidwesten van Ameland, de locatie waar de vervolgtesten met de TidalKite voorzien zijn.

Onderstaand treft u een beknopt overzicht van de uitkomsten van de onderzoeken aan.

Bodem

Een onderzoek uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen (door Peter Boelen, Eize Stamhuis en Felix Weiler) op basis van stromingskanaaltesten en CFD[1] analyse, toont aan dat er geen effect van de TidalKite op de bodem is, als er een afstand van minimaal 1 meter ten opzichte van de bodem aangehouden wordt.

Shear Stress Calculation

Er ontstaan wervelingen rond de onderwatervlieger als deze door het water beweegt. Er is met name gekeken naar de onderste ligger van de vlieger, welke het dichtst bij de bodem is tijdens het vliegeren. Deze ligger beweegt door het water, waardoor het water ‘gedwongen’ wordt om onder en boven de ligger langs te stromen. Hierbij ontstaat er een stroming en wervelingen onder en boven deze ligger, in een richting die parallel aan de bodem is (zie ook de opgenomen illustratie). Daarmee komen deze wervelingen maar beperkt onder de vlieger en niet bij de bodem. De kracht van de wervelingen is vervolgens beschouwd in relatie tot de oppervlaktespanning van de bodem in het Waddengebied. Deze oppervlaktespanning hangt af van de samenstelling van de bodem en het niveau ervan bepaald welke (minimale) kracht op de bodem er nodig is om vertroebeling te veroorzaken door het losmaken van sediment. Op 25 cm onder de vlieger is de ontstane kracht door wervelingen al een factor 50 lager dan de oppervlaktespanning van de meest kwetsbare bodem in het Waddengebied. Voor meer details verwijzen we u naar de publicatie van dit onderzoek.

Zeezoogdieren

Tijdens de pontontesten is het testgebied waar gevliegerd werd continu in de gaten gehouden (vanaf het ponton en middels een camera vanaf een mast op 15 meter hoogte gericht op het vliegergebied) om de vlieger te stoppen in geval van aanwezigheid van zeezoogdieren in de nabijheid (<50m) van de vlieger.

Bruinvissen

De pontontesten zijn uitgevoerd nabij de Afsluitdijk, ‘diep’ in de Waddenzee en in een zomerperiode waarin de kans op aanwezigheid van bruinvissen verwaarloosbaar is. Tijdens deze testen zijn de waarnemingssite van bruinvissen in de gaten gehouden om toch met onverwachte aanwezigheid van bruinvissen rekening te kunnen houden.

Zeehonden

Zeehonden zijn intelligente dieren die een goed waarnemingsvermogen hebben. Hun vermogen om de onderwatervlieger waar te nemen en te ontwijken is ook bevestigd door monitoring tijdens de pontontesten met de TidalKite. Aanwezigheid van een actieve vlieger toont geen extreem ontwijkgedrag bij zeehonden, ze houden een veilige afstand en zijn nieuwsgierig. Deze observaties bevestigen wat uit internationale studies bij getijdeninstallaties blijkt, zeehonden houden een veilige afstand.

De stroomgeulen tussen de eilanden worden door zeehonden gepasseerd wanneer ze van hun rustgebieden op droogvallende platen, naar de Noordzee trekken om te foerageren.

De aanwezigheid en benutting van zeehonden van de stroomgeul in het Borndiep is geanalyseerd door WMR (Wageningen Marine Research, door Sophie Brasseur en Geert Aarts) op basis van positiedata van gezenderde zeehonden. Het zwemmen van zeehonden in deze geul is gerelateerd aan de stroming (sterkte en richting) in de geul om te analyseren hoe ze gebruik maken van de geul. Dit is weer bepalend in of en hoe zeehonden een aanwezige onderwatervlieger meestal zal benaderen en de kans op detectie ervan. Zeehonden zwemmen zelden in het hart van de geul tegen de stroming in, wat energetisch ook logisch is. Als ze dit toch doen, zijn ze meestal bij de bodem of aan het oppervlak, daar waar de vlieger zich niet bevindt. De kans op detectie van de TidalKite in stroomgeulen is optimaal en botsingen zijn zeer onwaarschijnlijk.

Visveiligheid


Visveiligheid van pompen en turbines is in Nederland uitgebreid onderzocht. De bevindingen van vele jaren aan visveiligheidsproeven, -metingen en -observaties zijn verwerkt in de NEN8775, de norm voor visveiligheid van pompen en turbines. SeaQurrent heeft een studie uitgevoerd waarin deze norm op de TidalKite toegepast is. Deze studie is beoordeeld en gevalideerd door het kernteam dat de NEN8775 opgesteld heeft.

Overleving Regenboogforel

Vanwege het zeer beperkt voorkomen van beschermde vissoorten en de opstelling van de TidalKite in de vrije stroming, is het niet mogelijk om representatieve visproeven hiervoor uit te voeren. Door toepassing van de norm is de bestaande kennis zoveel mogelijk benut.

Visveiligheid stoelt, naast het zeer lastig te bepalen ontwijkgedrag, met name op botsingssnelheid en de vorm van het voorwerp waarmee een vis botst. Hoe langzamer het voorwerp, des te gemakkelijker een botsing vermeden kan worden en des te kleiner de schade. Voor de vorm geldt dat des te stomper het voorwerp, des te kleiner de schade aan
de vis. Dit is wel weer afhankelijk van de lengte van de vis in relatie tot het voorwerp (dit wordt de Lf/D, length of fish / diameter of object genoemd in de NEN8775). De ingevoegde illustraties laten de visschade zien voor een aantal vissoorten.

Relatie Botsingsnelheid

Voor de TidalKite geldt dat de snelheid gemaximeerd is op 6 m/s (=21.6km/u). (Deze snelheid is vergelijkbaar met de snelheid waarmee schepen varen in de Waddenzee, maximaal 20km/u). Op basis van deze kennis en uitgevoerd analyse is vastgesteld dat er geen significante visschade voor vissoorten te verwachten valt bij inzet van de TidalKite.

Vogels

Waarnemingen bij de pontontesten is er door aanwezige expert ecologen geen verstoringsgedrag bij vogels waargenomen door de aanwezigheid van het ponton of van de onderwatervlieger. Er dient daarbij opgemerkt te worden dat de aanwezigheid van vogels bij de testlocatie (2 km) ten noorden van de Afsluitdijk beperkt is.

De stroomgeulen waar de TidalKite geplaatst kan worden, zijn relatief diep (>20m) en kenmerken zich, mede door de harde stroming, door een relatief arme bodem. Er is er geen sprake van schelpen, mossels of zeegras, waardoor er vrijwel geen vogels foerageren en het zeker geen voorkeursfoerageergebied voor beschermde soorten betreft.

[1] CFD = computational fluid dynamics, de methode om objecten in een stroming modelmatig te analyseren. Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Numerieke_stromingsleer